Pakket AAN TAFEL: activiteiten in de klas over eten en snoepen, geslaagde kinderboekenweek op school

werkbladen, verhalen, gedichten, liedjes, moppen, spelletjes, prentenboeken

Informatie over aardappelen, aardappelproductie en aardappelproducten

Het groeiproces van de aardappel

Aardappeloogst

Chips

 Patat

 Friet

Koken met aardappelen

De groei van de aardappel

Aardappelen groeien onder de grond. Boven de grond zit wel een plantje. Deze aardappelplant krijgt eerst bloemen en later bessen. In de bessen zitten zaadjes waaruit nieuwe aardappelplanten groeien. 

Dit zijn aardappelen. Aan aardappelen groeien uitlopers. Dat zijn die worteltjes op een aardappel. Als je een aardappel in de grond stopt, kan daar een aardappelplant uit groeien. Dat heet poten. Eerst groeien er uit de uitlopers wortels en stengels. De stengels gaan omhoog en de witte pluizige wortels groeien omlaag, de grond in. Als de stengels lang genoeg zijn, komen ze boven de grond. Na een tijdje komen er blaadjes aan. De blaadjes zijn eerst klein en opgevouwen, maar langzaam worden de blaadjes groter en spreiden ze zich uit. De plant wordt steeds groter. Intussen groeien onder de grond nieuwe aardappelen uit de aardappelplant. Als de plant groot genoeg is, komen er ook bloemen. Elk bloempje heeft een aantal oranjegele meeldraden. De stamper steekt als een groen staafje tussen de meeldraden naar buiten. Deze stamper wordt door een bij bevrucht. Als een bloem bevrucht is, groeit elke stamper uit tot een groene bes. In de bes zitten zaadjes. Dat zijn die witte pitjes. Als de zaadjes rijp zijn, vallen ze op de grond, en kunnen er nieuwe aardappelplanten uitgroeien. De oude aardappelplant sterft na enige tijd af. Dan zijn de aardappelen onder de grond, klaar om geoogst te worden.

De oogst van aardappelen: van het veld naar de winkel

Aardappels worden machinaal geoogst en verwerkt. Ze moeten goed droog zijn en niet meer te veel zand hebben.

Aardappelen groeien onder de grond. Als het deel van de aardappelplant dat boven de grond groeit, is verdord, worden de aardappelen uit de grond gehaald. Dat heet rooien. Het rooien gebeurt met een rooimachine. Een schudzeef zorgt ervoor dat er niet teveel aarde aan de aardappel blijft zitten. Via de lopende band vallen de aardappelen in een bak om ze naar de boerderij te brengen. Daar worden ze op een rubberen mat gestort, zodat ze niet beschadigen. Dan worden alle aardappelen opgeslagen en bewaard. Ze moeten goed drogen. Als ze droog zijn, worden de aardappelen nog eens door elkaar geschud, zodat al het droge zand eraf valt, en de aardappel mooi schoon is. Daarna worden ze gesorteerd: de dikke bij de dikke, de kleintjes bij de kleintjes. Dan worden de aardappelen verpakt in jute zakken en plastic.

Van aardappel tot ..................

In Nederland gebruikt iedere persoon gemiddeld 81 kilo aardappelen per jaar. Niet alleen als aardappel op je bord, naast de groente en het vlees, maar ook als friet, chips of in medicijnen.

We gebruiken aardappelen voor heel veel producten. Lekker is natuurlijk de friet. Eerst moeten de aardappelen dan gewassen worden. Daarna worden ze in reepjes gesneden. Deze reepjes worden gekookt en voorgebakken. Daarna worden ze in gelijke porties verpakt en kunnen ze naar de winkel. Een ander product dat van aardappelen wordt gemaakt, is chips. Dat gebeurt in deze fabriek. Eerst worden de aardappels weer gewassen. Daarna gaat de schil eraf. Alles gaat automatisch, met grote machines. De aardappels worden in dunne schijfjes gesneden en dan gebakken. Voor paprikachips moet er natuurlijk paprika bij. En als de chips klaar zijn, worden ze machinaal verpakt. Aardappelen worden verder ook nog gebruikt om papier van te maken, ze dienen als zetmeel in medicijnen, er kan garen van gemaakt worden En het gaat in behangselplak.

Koken met aardappelen

In de clip kun je zien hoe kinderen chips maken, een gepofte aardappel vullen en rosti bakken. Misschien wil je het zelf ook eens proberen? 

 Deze aardappels gaan de oven in. Deze worden heel precies geschild, met een dunschiller. En de rest wordt gekookt. De bedoeling is dat we er een kapje van afsnijden en dat we de vulling ervan in deze bak doen. Dat lijkt misschien makkelijk, maar dat moet je heel voorzichtig doen. Anders ga je zo door de schil heen. Dit lijkt wel chips. Eerst worden de schijfjes op een doek gelegd, om ze goed te laten drogen. De gekookte aardappels gaan ondertussen in een pers. Dit is voor de rösti. En dan gaat de chips in de olie, dan worden ze lekker bruin. Oh ja, en de uitjes. Die worden hier gebakken. De aardappelpuree wordt nog eens gemengd met verse kruiden en dan vullen maar. De aardappelsliertjes gaan ook de pan in, voor de rösti. Beetje kaas erboven op. Oh ja, dan nog even in de oven. De chips is klaar, maar nog wel even uitlekken. En dit is de rösti geworden. Dat ziet er mooi uit en vooral lekker.

Alles over aardappelen

De aardappel (Solanum tuberosum) is een plant die ondergronds een energievoorraad in de vorm van zetmeel aanlegt. Het zetmeel wordt bewaard in de vorm van knollen, die eveneens aardappelen of aardappels worden genoemd. De knollen worden gevormd aan ondergrondse stengeld, stolonen genoemd. In veel Europese en westerse landen is de aardappel een basisvoedingsmiddel. Net als rijst, pasta en brood is de aardappel een belangrijke bron van koolhydraten.

De aardappel behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat, de paprika en de tabak. De groene delen van de aardappel zijn dus giftig. Net als andere leden van de nachtschadefamilie bevat de plant alkaloiden. Aardappelplanten kunnen naast knollen ook bessen vormen, welke in tegenstelling tot die van de tomaat zeer giftig zijn. Tussen de verschillende aardappelrassen zijn er grote verschillen in de vorming van bessen.
In de aardappel komen twee typen zetmeel voor, amylose en amylopectine. Een ander onderscheid is er tussen rassen met vastkokende aardappels (droogkokers), die bij het koken hun stevigheid behouden, en rassen met kruimige of bloemige aardappels (afkokers), die bij langer koken uit elkaar vallen en daardoor het meest geschikt zijn om te pureren.
De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naae europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekend stond als chunu. De Inca’s verbouwden de plant toen al honderden jaren. De aardappelplant groeide ook op grote hoogten in de Andes, waar veel andere planten niet meer kunnen groeien. Op basis van DNA-onderzoek is aangetoond dat alle aardappels afstammen van één plant uit zuid-Peru. .
Monniken waren verantwoordelijk voor de verspreiding van de aardappel vanuit Spanje naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. Ook in botanische tuinen vond de aardappelplant zijn weg. De aardappel groeit al sinds de Tachtigjarige Oorlog in de Leidse Hortus, sinds 1640 in Groningen en sinds 1689 in Amsterdam.
Carolus Clusius plantte in 1588 in Mechelen voor het eerst aardappelen in de tuin van van Pitsemburg. In 1601 schreef hij over de voortplanting van de aardappel door zaad. Men ontdekte dat uit zaad van een paarsbloeiende plant ook witbloeiende planten opgroeiden. Er zijn in Europa door selectie dus waarschijnlijk al vroeg verschillende rassen ontstaan. In Nederland kruiste Petrus Hondius (geboren in 1578 te Vlissingen en overleden in augustus 1621 te Terneuzen) aardappelen met elkaar. Door virus-infecties gingen de rassen echter snel achteruit en werd regelmatig teruggegrepen op zaad.
De boeren wilden aanvankelijk niets van de plant weten. Omdat de stengels en bessen giftig zijn, dachten ze dat de knollen ook ongezond zouden zijn. Pas in 1727 werd de aardappel, voor het eerst in Friesland, als voedsel erkend. Langzamerhand kreeg de aardappel toch steeds meer de rol van volksvoedsel en in de 17e eeuw werd de aardappel in alle Europese landen verbouwd. Vanwege het hoge gehalte aan vitamine C werd de knol, met name tijdens lange zeereizen, ook gebruikt ter voorkoming van scheurbuik.

Geschiedenis van de aardappel

Over de avontuurlijke geschiedenis van de aardappel doen vele verhalen de ronde. Er waren hongersnoden, oorlogen en bevelen van hogerhand voor nodig om de aardappel de plaats te laten veroveren die hij tegenwoordig in de hele wereld bezit.

De Inca's in Peru hadden de wilde voorloper van onze aardappel ontdekt op de hooggelegen hellingen van het Andesgebergte, waar mais en graan vanwege de kou niet konden groeien. Ze hadden zelfs een manier gevonden om ze te 'vriesdrogen' zodat er het hele jaar voldoende voedsel zou zijn. Voor de Inca's was de papa veel meer dan alleen een onmisbaar voedingsmiddel. Er waren aardappelgoden, aan wie soms mensenoffers gebracht werden om een goede oogst af te smeken. De medicinale eigenschappen van de aardappel werden gebruikt om zieken mee te genezen, en zelfs de toekomst werd uit aardappelen voorspeld.
Zouden de Inca's daaruit hebben kunnen lezen wat er voor de aardappel in het verschiet lag?


Solanum tuberosum
Het was al snel duidelijk dat de aardappel, botanisch gezien, thuishoorde in de familie van de Nachtschade-achtigen. Deze groep planten herbergt nogal wat giftige soorten, waardoor de aardappel met groot wantrouwen werd bekeken.
Voor de voedingswaarde van de knollen was in het begin nauwelijks belangstelling, maar voor de geneeskrachtige werking des te meer, en toen de aardappel ook nog liefdesverhogende eigenschappen werden toegedacht, kon de pieper niet meer stuk. Het waren vooral plantkundigen die uit nieuwsgierigheid met de aardappel aan de gang gingen. Zo kwam de knol als botanische nieuwigheid vanuit Spanje naar Frankrijk, Duitsland en Nederland. Hij had inmiddels een officiele naam gekregen: Solanum tuberosum.
In Engeland, en later ook in Frankrijk, Italie, Rusland en Duitsland was hij al in de zeventiende eeuw een delicatesse die alleen bij de allerrijksten op tafel kwam.

Slecht voedsel?
Toch zou het nog heel wat jaren duren voor de aardappel zijn weg vond naar de tafel van de gewone man. Die had bitter weinig vertrouwen in voedsel dat afkomstig was van een griezelige indianenstam in de bergen van Zuid-Amerika; een voedingsmiddel dat nog onder de grond groeide ook. En was het mogelijk dat een plant waarvan de blaadjes en besjes een geit konden doden, voor een mens eetbaar kon zijn? Aardappelen werden er zelfs van verdacht melaatsheid en syfilis te veroorzaken.
Alles bij elkaar genomen had men dus genoeg redenen om ze niet te willen eten.
In Schotland pluisden de kerkgeleerden de bijbel erop na, en toen de aardappel daar niet in bleek voor te komen, werd de knol als 'onheilig' in de ban gedaan. In Duitsland werd de aardappel lange tijd gezien als het laagst denkbare voer: het werd daar alleen geschikt bevonden voor vee en gevangenen.

Antoine Augustin Parmentier
Het was Antoine Augustine Parmentier, een apotheker, die er uiteindelijk in slaagde de doorbraak van de aardappel te bewerkstelligen.
Parmentier diende tijdens de Zevenjarige oorlog - aan het eind van de achttiende eeuw - als soldaat in het Franse leger en zat drie jaar lang krijgsgevangen in Duitsland. In de gevangenis kreeg hij voornamelijk aardappelen te eten. Na zijn vrijlating bleek hij in uitstekende conditie te zijn en dat was voor hem het bewijs dat de aardappel een heel wat betere plaats verdiende dan tot dan toe algemeen werd aangenomen. Maar hoe moest hij zijn landgenoten daarvan zien te overtuigen?
Parmentier begon grote banketten te organiseren en nodigde illustere gasten uit om kennis te maken met de aardappel, die hij in meer dan twintig verschillende gerechten de revue liet passeren. Dat trok de aandacht van koning Lodewijk XVI. Parmentier werd aan het hof uitgenodigd en bracht een bosje aardappelbloesem mee. De koning was zo gecharmeerd van de kleine bloemetjes dat hij een takje in zijn knoopsgat stak. Marie-Antoinette versierde haar kapsel ermee, waarmee een nieuwe mode was geboren, want de hele aristocratie volgde het koninklijk voorbeeld.
Maar daarmee had Parmentier zijn doel nog niet bereikt. De manier waarop hij daar in slaagde, is een aardige anekdote om te vertellen:
Parmentier kreeg van Lodewijk XVI een stukje grond om te experimenteren met de teelt van aardappelen. Overdag werd het pootveld goed bewaakt, maar 's nachts liet hij het doelbewust onbeheerd. Hij rekende op de nieuwsgierigheid van de omwonende bevolking. En inderdaad: zodra de bewakers weg waren, zagen de mensen hun kans schoon het veldje leeg te roven. Iets wat zo belangrijk was, moest immers wel de moeite van het stelen waard zijn! Toen Parmentier in 1813 overleed, was de aardappel ook in Frankrijk in alle lagen van de bevolking doorgedrongen.

De cirkel is rond
Een van de redenen dat aardappelen uiteindelijk zo'n succes zijn geworden, is het feit dat ze zich gemakkelijk laten verbouwen, zeker in streken met een gematigd, niet te droog klimaat. In Ierland was de aardappel al in de zestiende eeuw geintroduceerd door Sir Walter Raleigh, die de knollen had meegebracht van een ontdekkingsreis naar Amerika. Het werd er het nationale voedsel, wat tot op de dag van vandaag terug te vinden is in een keur aan recepten.

De beruchte aardappelziekte, die tussen 1845 en 1851 in heel Europa de aardappeloogsten verwoestte, veroorzaakte grote hongersnood en kostte alleen al in Ierland aan meer dan een miljoen mensen het leven. Ieren die het zich konden veroorloven namen de wijk naar Amerika, waar ze hun nationale lekkernij op grote schaal gingen verbouwen. En zo kwam de aardappel, na een omzwerving van enige eeuwen, weer terug op z'n honk.